DE HARSBOUTERSYMFONIE speelt het betere kabouterlied

Willem 1, EERSTE saxspeler
Willem 1
Willem 2

Ik speel de sax.

Mag ik me even voorstellen? Ik ben Willem 1 en speel de EERSTE sax in de Harsboutersymfonie. Eigenlijk heet ie .... saxofoon .... mijn instrument. Maar ik zeg altijd sax. Ze zeggen dat ik er erg goed in ben en daarom heeft Zwaai Hout, onze dirigent, mij aangesteld als EERSTE sax. De moeilijke saxstukken speel ik en de andere saxspelers moeten goed op mij letten. Ze kunnen tenslotte nog veel van mij leren.

Mijn tweelingbroer is 13 minuten jonger dan ik en wordt daarom Willem 2 genoemd. Hij speelt ook sax in ons orkest. Niet de EERSTE natuurlijk ... en ook niet de tweede ... maarre ... de zevende. Ik schaam me er wel een beetje voor. Hij wil het graag en daarom mag ie zo af en toe een nootje meespelen. Eigenlijk zou ie wat meer moeten oefenen, net als ik, maar ja ... het talent is er niet .. en doorzetten kan ie al helemaal niet. Tja, jammer eigenlijk ... nou ja, ... er kan er natuurlijk maar 1 de beste zijn ... natuurlijk.

 

Hulpdirigent valt in.

Vorige week werd de dirigent van het orkest, kabouter Zwaai Hout, getroffen door een vliegende boomstam. Met een gebroken arm is hij afgevoerd naar het kabouterziekenhuis. (klik op harsbouterkrant, dan kun je het in de rubriek weetjeweetje nalezen)

Ze vroegen de hulpdirigent, die anders alleen de kleine kabouters dirigeerde, of hij nu het hele orkest wilde doen. Met knikkende knieën en bibberende handen klom hij op het podium. Oeiiii......... wat hoog, dacht hij, heb ik geen last van hoogtevrees? Hij startte, met korte slagjes, aan de bekende symfonie nummero uno ... "Op een grote paddenstoel". Alle kleine kabouters begonnen meteen te toeteren, blazen of trommelen. De grote keken strak over de kleine hulpdirigent heen. Bij hen bleef het doodstil, zij waren gewend aan de krachtige en hoge dirigeerslag van Zwaai Hout en letten niet op kabouter Hulpdirigent. 

Een dag of twee later ging het een stuk beter. De kleine kabouters begonnen bij de eerste zwaai en zelfs de grote maakten muziek. Omdat ze niet allemaal even goed naar de aanwijzigingen van Hulpdirigent keken klonk het niet zo mooi. Strijker, de eerste violist van het orkest, werd er wanhopig van. 

Na een dag of 6 wisten de andere kabouters nog steeds niet welke symfonie ze aan het oefenen waren. Het was soms vals ..... dan weer te hard .... of te zacht ...... en nooit speelden ze allemaal tegelijk. Om het gekerm en gejammer van de toeters, gitaren en trommels niet te hoeven horen propten de andere kabouters de baard in hun oren. 

Op een dag keek Strijker verbaasd het pad af. Hij stopte met spelen en rende weg. Even later kwam hij, met een glimlach boven zijn baard, weer terug. Moet je zien ...... moet je zien!!, riep hij, KIJK eens wie daar aan komt!!! Met een nieuwe puntmuts op zijn hoofd stapte kabouter Zwaai het podium op. Zijn arm zat weer op de goede plaats en met zijn blauwe dirigeerstok tikte hij op het podium. Zo jongelui, zei hij plechtig, dat was GEEN gehoor. Dat kan en MOET beter.

Ze begonnen te spelen en even later was het weer als altijd. De grote muzikanten keken naar Zwaai en de kleine naar de hulpdirigent. En ......, je kunt het geloven of niet,.......... ze starten allemaal op hetzelfde moment  aan symfonie nummero uno ... "Op een gr.......