Harsbouter Museum voor Schone Kabouterkunsten

Oooo.ooh... mijn naam is .....

Kan ik me even voorstellen? Oooo.ooh..., mijn naam is kabouter Karel Lodewijk Adrianus Diederik de Schilder. De meeste kabouter zeggen, om het simpel te houden, Klad tegen me. Soms noemen ze me een oooo.ooh... KladSchilder. Maar dat u.., dat heb ik liever niet. Sinds kort ben ik, omdat kabouter Kwast opeens verdwenen was, de nieuwe directeur van het museum. Nou ja eigenlijk oooo.ooh... ben ik invallend directeur tot hij weer terug is. Maar ik denk, als jullie gehoord hebben wat ik met het museum van plan ben, dat niemand die Kwast meer terug wil hebben. En oooo.ooh... dan ben ik K.L.A.D. de Schilder de enige en echte directeur van het Museum voor Moderne Kabouterkunsten.

Allereerst gooi ik al die rare fratsen van Kwast mijn museum uit. Geen schilderijen meer waaraan je oooo.ooh... nauwelijk kunt zien wat het voorstelt. Geen vlekkerig gekwast of wild gestreep maar oooo.oooh... eerlijke en herkenbare kabouterkunst. Je moet meteen kunnen zien wat het is. Een puntmuts is oooo.ooh een puntmuts en geen rare zwieber in de lucht. Zo .... daar sta ik voor en oooo.ooh... dat is mijn mening en oooo.ooh... daar kom ik voor uit!

Ajuu .....

Het werd deze week gevonden vlak bij het Harsboutermuseum. Twee bekende kunstkenners, uit Harsbouterdorp, waren op weg naar het museum  toen ze het zagen. Daar, met zijn kwasten er nog naast, stond HET!!! Dit is voorzeker één van zijn belangrijkste werken, zei de eerste. Ongetwijfeld, bromde de tweede in zijn baard, diepzinnig en raak. Zo is het ... je voelt het ... meer is er niet ...wat een compositie ... teruggebracht tot zijn elementaire ... En zo ging het nog een tijdje door, met die kunstkenners.

Maar waar hadden ze het eigenlijk over. Op de grond lag een hoopje kwasten en daarvoor een plaat karton. Op die plaat stond met grote letters:  

IK BENT ZAT! AJUU. KWAST.

Het zal wel gemaakt zijn door kabouter Kwast, dachten de meeste kabouters, je weet wel die bekende kunstschilder en directeur van het museum. Niemand wist wat het betekende. Aan Kwast konden ze het niet vragen, die was nergens te vinden. Nou ja, dachten de meeste kabouters na één .. twee..of drie uur, laat die kwast in zijn sop gaar koken. Het blijft een vreemd ventje. Kom op we gaan weer verder. 

Maar de kunstkeners waren er na een dag nog niet over uitgepraat. Ik vind het gewaagd, zei de eerste, dat accent .. dat rood dat is ... Jaja, zo voel ik het ook, zei de tweede, het schreeuwt om aandacht. Nounou..nounounou, knikte de eerste........

En Kabouter Kwast .... tjaaaa .... niemand wist waar hij gebleven was .... tjaaaaaa .... rare kwast die Kwast.  

 

Kabouter Ne Tjes..........

...... is altijd keurig en heeeeel erg netjes. Zijn handen, zijn haren, zijn kleren ...... maar ook zijn schoenen zien er altijd piekfijn uit. Een nu ....... wat is er aan de hand ...... moet je nu toch eens kijken! Is dit kabouter Ne Tjes???? Deze sloddervos ....... deze kliederaar ....... is dat echt Kabouter Ne Tjes?????  En toch, je zult het geloven of .... misschien ook wel niet, is dit de enige en echte kabouter Ne Tjes.

Maar hoe dan ...... en wat is er ....????

Luister maar, je zult je oren niet geloven.

Kabouter Ne Tjes was op bezoek in het . De directeur van het museum, kabouter Kwast, druk bezig met een nieuw schilderijmompelde in zichzelf: "Mmmmm,  het gaat geweldig. Als dit geen beroemd schilderij gaat worden eet ik mijn kwast op". Op dat moment kwam Ne Tjes de hoek om en zag de, onder de verfvlekken zittende, schilder staan. " Geschrokken zei hij tegen Kwast: "Dit is niet netjes, neenee dit...dit is...". Kwast keek hem aan: "Wat...wat, zeg je me nou? Wat niet nietjes, hoezo niet netjes?" De keurige kabouter zei: Nou, uw kleren natuurlijk en hier op dit schilderij ..... allemaal vlekken. Nee zeker, nee ... niet netjes."

Kabouter Kwast was stomverbaasd. Eerst werd zijn neus rood, daarna zijn wangen en toen zijn hele hoofd. Met woedende stem pakte hij een kwast en schreeuwde: "Niet netjes? ..... Hier ... hier .... en daar ... daar." De keurige kabouter Ne Tjes veranderde binnen een tel in een vies en klodderig mannetje.

Verbaasd, zonder een woord te zeggen, draaide hij zich om en liep als een stijve robot het mueseum weer uit.

Kwast brulde hem na: Niet netjes, niet netjes? JE BENT ZELF NIET NETJES!!!!!