Verhalen uit de winkel van Bloem.

Een bosje voor oma.

Loveke, wil je een bosje bloemen halen bij Bloem? Voor oma.

Ja mam, zei ze, en ging op pad naar de winkel van kabouter Bloem Pot.

Deze zijn mooi ..... ooohhhh, maar deze blauwe zijn nog veel mooier. Die neem ik , zei ze dromerig. Met de bos onder haar arm ging ze op weg naar huis. Zou hij echt van me houden? zei ze zachtjes tegen zichzelf. Offu ... toch niet? 

Ik probeer het met één bloemetje ... één bloemetje dat kan toch wel? Ze plukte één voor één de kleine bloempjes van de steel. Hij houdt van me ... hij houdt niet ... hij hou ... hij hou nie ... en toen was het laaste bloemetje verdwenen. Dat klopt niet, zei Loveke, hij houdt van me ... echt! Ik doe het nog een keer.

Hij houdt van me!!! ... zie je wel ... HIJ HOUDT VAN ME, riep Loveke bij het laatste bloempje. Ik wist het wel.

Loveke, Loveke, riep moeder, heb je nog een bosje bloemen voor oma gehaald?

Oeps ...., zei Loveke en keek naar de kale steeltjes in haar hand, ... oeps!!!!

 

Bloem valt in slaap.

Zoals je weet is kabouter Bloem Pot één van de beste bloemenkwekers in kabouterland. Je kunt het zo gek niet bedenken of hij krijgt het voor elkaar. Zomerbloeiers, winterbloeiers, sneeuwbloeiers en zelfs nachtbloeiers heeft hij voor zijn klanten kunnen kweken.

Doordat hij dag en nacht in zijn tuin zat had hij geen tijd om te gaan slapen. Tot.....hij was op weg naar een tevreden klant........Bloem zomaar ineens in slaap viel. Hij liep nog een stukje verder en plofte, net voor kabouter Typ, snurkend op de grond.

Typ keek verbaasd naar de slapende kabouter. Hij schudde zijn arm, trok aan zijn baard en draaide zijn neus 3 keer in de rondte. Wat Typ ook probeerde, wakker werd hij niet. Met hulp van de 2 Nacht Wachten bracht Typ hem naar zijn bed.

Vier dagen later galmde er nog steeds een zwaar gesnurk door het kabouterbos. Dit kan zo niet langer, we doen zelf geen oog meer dicht, zeiden de andere kabouters, hier gaan we wat aan doen. 

Nog eens 6 dagen later stapte Bloem gapend uit bed. Hee....wat hoor ik daar, zei hij, het lijkt wel of er iemand aan mijn bloemen zit. Ze zullen ze toch niet stelen?

Met een boze kop rende hij naar buiten en keek verbaasd naar de 3 kabouters die zijn bloemen en planten aan het snoeien, bewateren en verpotten waren.

Voordat hij boos met de hark op ze af kwam riepen ze in koor: Wij komen je helpen meester Pot, dan kun je weer gewoon en op tijd naar bed.