De badmeester en andere verhalen van Geert.

De verhalen die op deze bladzijde staan zijn geschreven door kabouter Typ en Geert Kuit. Deze en andere verhalen van Geert kun je lezen in Harsbouterdorp.

 

Kabouter Jo Lig.

“Wat een sukkels!”

“Ho, kijk uit! Verzet geen stap meer, want het is hier levensgevaarlijk! Er ligt hier namelijk een moerasje. De grond van moerasjes is zó zacht, dat je er gemakkelijk in weg kunt zakken!

Een paar weken geleden is hier een kabouter in het drijfzand terecht gekomen en toen heb ik hem nét op tijd gered. Sindsdien houd ik de boel hier dus maar een beetje in de gaten.

Daarnet zijn er weer kabouters weggezakt! Deze sukkel is zelfs op z’n kop in het moeras gevallen. Gelukkig woon ik dichtbij en hoorde ik zijn kameraden schreeuwen. Ze probeerden hem te helpen, maar zijn nu zelf ook weg gezakt… Wat een gedoe!

Ik probeer ze te helpen, één voor één. Maar ze zijn wel zwaar, hoor. Kun jij misschien even helpen? Hoooo, neeeeee, niet in het moeras stappen!”

 

Zwarte met gele stippen paddenstoel

“Dit is ‘m dan!”

Nou, jongens en meisjes, dit is hem dan: de beroemde zwarte paddenstoel met gele stippen. Zorgvuldig gekweekt door de rozebeardkabouters uit Gnomesville. Hebben jullie die kabouters al gezien? Je kunt ze herkennen aan hun roze baarden.

 

Het kweken van de zwarte paddenstoel met de gele stip is erg moeilijk, zoals je misschien al gelezen hebt. Maar als ze klaar zijn, dan heb je ook wat! Ze smaken namelijk érg lekker. Kabouter Burg Meester is er gék op en eet ze elke ochtend bij zijn ontbijt.

 

Ze smaken erg zoet, deze paddenstoelen. Een beetje zoals een boterham met hagelslag. Vinden jullie dat ook zo lekker? Dan moeten jullie deze paddenstoelen misschien ook eens proeven! Misschien, als de kabouters hard werken, kunnen we ze wel gaan verkopen in de kabouterwinkel. 

 

De tuinlui.

“Tuinlui? TuinLUI??
TuinFIT zul je bedoelen!”

Wij tuinwerkers zijn helemaal klaar met het woord ‘tuinlui’. Alsof wij alleen maar een beetje lui in een stoel hangen, terwijl we hartstikke zwaar werk doen! Daarom zijn we een actie begonnen, met als slogan: 

“Tuinwerkers lui? Pak zelf maar eens een krui!”

 Zo, klinkt goed he? Nu piepen die kaboutertjes wel anders!

 

Bigje Knor

“Nee hoor, ik sta niet voor paal.”

Hoi, jongens en meisjes: Ik ben Bigje Knor! Dé lantaarnpaaldanseres van Harsbouterdorp!

En nu denk je misschien, dat lantaarnpaaldansen is heel makkelijk, maar nee hoor!

Het moeilijke is dat mijn bewegingen in de paal perfect samen moeten gaan met het vioolspel. En dan moet Vogeltje Palalalaal ook nog aan het einde van onze act op mijn snuit landen.

“Oké, dan doen we het nog één keer: Is de viool gestemd? Ja? Goed, 3 – 2 – 1...”

 

De Wiedewagers

 

“Jan kwam thuis om een boterham te vragen”

3 seconden en 14 honderdsten: Een dorpsrecord, ongelofelijk!

Dit keer is het kabouter Zaagia gelukt om als snelste de boom doormidden te zagen, maar een volgende keer lukt het vast iemand anders.

Wij, de Wiedewagers zijn namelijk erg gewaagd aan elkaar en kunnen allemaal enorm snel een boom doormidden zagen.

Het vergt wel jarenlange training hoor, voordat je de perfecte zaagtechniek te pakken hebt. We oefenen hier nog even door, tot ziens!

 

De Badmeester

“Regels zijn regels.”

 

Aangenaam, beste kinderen.

Ik heb misschien wel de belangrijkste
taak van heel Harsbouterdorp:
Het strand in de gaten houden!

Als er ook maar iets mis gaat bij het strand, dan hebben jullie bezoekers daar last van en dat wil ik niet.

En ik ben nodig hoor! Zo zijn er kabouters die het liefst in hun blote kont zwemmen! Dat kan natuurlijk echt niet?!
(én mag niet, volgens artikel 20 lid 3b, sub paragraaf 7c)

Roepen jullie als jullie een overtreding zien?

 

De boze visser

“Ze zit telkens naar een complimentje te vissen…”

Hé, wegwezen jullie! Jullie jagen m’n vissen weg!

Het is ongelofelijk, als dat verliefde vrouwtje naast mij het niet doet, doen jullie het wel.

Ik zit hier al meer dan een jaar, maar heb nog steeds niets gevangen. En als ik bijna beet heb, komt dat vrouwtje er weer tussendoor: “Wat heb je een mooi mutsje!”

Verschrikkelijk vind ik het! Ik dacht dat kaboutervrouwtjes het fijn vonden als de kaboutermannen duidelijk waren, maar blijkbaar is “wegwezen jij, je jaagt m’n vissen weg!” nog niet duidelijk genoeg..

Zouden jullie haar misschien mee willen nemen?

 

Het orkest

“We doen wel ons best, hoor!

Oh, dank je wel dat je even stopt! Dan hoeven we even niet te spelen.

Onze dirigent is zo fanatiek. Hij oefent het liefst de hele dag door.

Het is niet dat we niet graag spelen hoor: We oefenen heel veel en vinden het heel erg leuk om een orkest te zijn.

Helaas is niet iedereen blij met ons. De kabouters die naast ons staan worden weleens boos, omdat ze onze muziek niet mooi vinden.

Onzin! We zullen soms best een vals nootje spelen, maar dat hoort bij het oefenen! Toch?

 

De mutskluts:

De kabouter en het mysterie van de nette mutsjes.

‘Een muts zonder huts of buts’.

Dag jongens en meisjes!

Luister goed, want je krijgt geheime informatie te horen! Geheime informatie over het mysterie van de nette mutsjes.

Wij, kabouters, zijn vrolijke lieden en vinden het erg leuk om te spelen in het bos. Helaas valt er weleens een kabouter en dan is zijn mutsje verkreukeld.

Vroeger moest er dan een heel nieuw mutsje gemaakt worden, in de ondergrondse kabouterfabriek.

Nu hoeft dat niet meer, dankzij de slimme dorpsuitvinder. Als er een mutsje verkreukeld is, moet de kabouter even in de ‘muts kluts’ Deze volautomatische machine maakt van de vieze muts zo weer een nieuwe!

Hartstikke leuk natuurlijk, zo’n spannende machine naast het kabouterpad.

Sommige kabouters vinden het zo leuk dat ze er niet meer onderuit willen.

Deze kabouter zit er eigenlijk al veel te lang, de boef!

Zo nu weten jullie hoe we aan al die mooie mutsjes komen.

Maar niet doorvertellen hoor.

Anders wil iedereen zo’n volautomatische “mutskluts”.